Ngawang Sangdrol

Ngawang-Sangdrol

Op 13-jarige leeftijd wordt Ngawang Sangdrol gevangen gezet na een vreedzaam straatprotest tegen de Chinese overheersing in Tibet. Het Tibetaanse meisje zit negen maanden vast in de beruchte Drapchi-gevangenis in Lhasa. Als ze na een jaar weer vrijheidsliederen op straat zingt, volgt elf jaar gevangenschap, en ernstige martelingen. In oktober wordt ze plotseling vrijgelaten. Sangdrol is dan de langst zittende vrouwelijke politieke gevangene in haar land en een internationaal symbool van het Tibetaanse verzet. Haar vrijlating, en de gesprekken in juni tussen Peking en afgezanten van de verbannen Tibetaanse leider, de Dalai Lama, worden als een gebaar van goede wil gezien van de Chinezen.

Sangdrols frele postuur van 1.52 cm reikt nauwelijks tot schouderhoogte en met haar zachte stem doet ze aan een verlegen meisje denken. Maar haar woorden verraden een onverzettelijkheid en levenswijsheid, die haar 26 jaar ver overstijgt. ,,Hoe meer  de Chinezen me martelden, hoe sterker mijn motivatie werd. Natuurlijk ben ik boos over wat mij is overkomen, maar ik haat ze niet. Als de Chinezen  de Tibetaanse cultuur zouden respecteren, zou ik zelfs vrienden met ze kunnen worden“, vertelt ze deze week in Amsterdam.

Sangdrol  kwam naar Nederland op uitnodiging van  het International Campaign for Tibet Europe (ICT). De wereldwijde organisatie zet zich in voor mensenrechten in haar vaderland.  Een onbekend begrip voor Sangdrol, die haar halve leven achter  de tralies doorbracht. De Tibetaanse is echter geen enkele maal op bitterheid of haat te betrappen.

,,Dankzij mijn geloof. Het boeddhisme benadrukt vergeving en goeddoen voor anderen. Mijn ouders leerden mijn zes broers en zussen van jongs af aan hierin te geloven. Om het in de gevangenis vol te houden, bad ik. De hele dag door. Zo zei ik alleen al voor de lunch zo’n 1000 gebeden. Zo bleef ik heel gericht bezig. Dat hield me staande.”

KLOOSTER

Nauwelijks twaalf jaar oud besluit de jonge Tibetaanse dat ze haar leven aan het boeddhisme wil wijden en gaat het klooster in. Dat is geen ongevaarlijke keus.

Sinds het communistische  China  in 1959 Tibet  annexeert, zijn de religieuzen in het Himalayastaatje het doelwit van stelselmatige vervolging.

,,,Je moet weten dat het boeddhistische geloof een van de belangrijkste pijlers is van de Tibetaanse cultuur. En die willen ze kapotmaken. De Chinezen hopen dat de Tibetanen dan hun strijd voor een vrijheid staken”, legt ze uit.

Met eigen ogen zag ze dat monniken en nonnen in de straten van Lhasa werden opgepakt en mishandeld. Eenmaal zelf een non, besluit Sangdrol met een groep mede-nonnen tegen deze praktijk te protesteren. Tijdens een Tibetaans festival zingen ze onafhankelijkheidsliederen op straat. ,,De eerste keer wist ik door mijn jonge leeftijd niet echt goed wat ik deed. Ik zag mijn actie nog niet echt als een echte politieke daad.” De Chinese autoriteiten zien dat echter anders.

Sangdrol verdwijnt negen maanden achter de tralies. Zonder aanklacht, want met dertien jaar is ze te jong voor een proces, oordeelt het Chinese bestuur. Maar niet voor marteling, zo zal ze ondervinden.

Sangdrol krijgt stokslagen en stroomstoten toegediend, en wordt opgehangen aan armen en benen. ,,Omdat ik zo klein was, gooiden de bewakers me als een stuk speelgoed van de ene hoek van de kamer naar de andere.”

Als ze vrijkomt mag ze niet meer naar het klooster, en vertrekt naar haar ouders. Toch slaagt de Chinezen niet in hun opzet. Een jaar later zingt de Tibetaanse opnieuw vrijheidsliederen op straat. Deze keer weet ze precies wat ze doet.

LIJDEN

,Ik kon het lijden van de Tibetanen niet aanzien. Ze worden als tweederangsburgers behandeld en leven allemaal in angst. Als ze ook maar iets verkeerds zeggen of doen, wordt hen alle rechten ontnomen.  Omdat ik het znu elf had meegemaakt, werd ik me was ik me dat heel sterk bewust.“

Wegens ‘contra-revolutionaire opruiing’ krijgt ze in 1992 drie jaar gevangenisstraf.  Met twaalf andere nonnen deelt Sangdrol jarenlang een krappe cel met nauwelijks loopruimte. ,,We moesten daar wol spinnen en truien breien voor Chinese ambtenaren.”

De vrouwen weigeren te zwijgen. In het geheim nemen ze een jaar later vrijheidsliederen en gedichten op, die naar buiten worden gesmokkeld en wereldwijd bekend worden. Maar de prijs is hoog. Sangdrol krijgt er zes jaar straf bij en verdwijnt een half jaar isolatiecel wegens ‘ongehoorzaamheid’. Ze moet herhaaldelijk schaars gekleed in de vrieskou staan als voorbeeld van ‘ongehoorzaam gedrag’.

Dieptepunt vormt 1998. Met andere nonnen protesteert de Tibetaanse tegen het hijsen van de Chinese vlag in de gevangenis. ,,We riepen:  ‘Lang leve de Dalai Lama’ en ‘Geen Chinese vlag op Tibetaanse bodem’.”

De bewakers reageren woedend. Sangdrol legt veelbetekend haar hand op haar achterhoofd. ,,Ze bleven zo hard op mijn hoofd slaan dat ik buiten bewustzijn raakte.” Een andere non redt Sangdrol het leven door zich op haar te werpen en de slagen op te vangen.

PIJN

Kort na het incident sterven vijf nonnen onder mysterieuze omstandigheden in de Drapchi-gevangenis. ,,We hoorden dat ze vreselijk gemarteld waren.” Sangdrol leeft. Maar haar gezondheid heeft blijvende schade opgelopen. ,,Mijn hoofd bleef lange tijd opgezwollen. Door de pijn kon ik me soms niet bewegen.” Maanden slaapt ze staande of rechtop in bed, en raakt totaal uitgeput.

Weer krijgt ze strafverlenging. ,,Toen dacht ik: Ik zal zeker sterven in deze gevangenis.” Hetzelfde vreesden mensenrechtenorganisaties als Amnesty International  en ICT , die de afgelopen jaren herhaaldelijk acties voor haar voerden. Ook de VS, Frankrijk en Zwitserland maken zich in het bijzonder sterk voor haar. ,,Dat anderen zich zo voor ons hebben ingespand, wisten wij niet”, zegt Sangdrol bij herhaling. ,,Met de buitenwereld hadden we geen contact .” Haar moeder is tijdens de eerste jaren van haar gevangenschap overleden. Haar vader ziet ze nog slechts drie keer voor hij in 2001 sterft.

Op 25-jarige leeftijd heeft Sangdrol nog elf jaar cel te gaan. De Chinezen  proberen nog eenmaal haar een verklaring te laten ondertekenen waarin ze Dalai Lama  als leider van de Tibetanen afzweert.  ,,Ook als ik dat eerder had gedaan, was ik waarschijnlijk onmiddellijk vrijgelaten.” Maar Sangdrol weigert. Toch sturen de Chinezen haar vorig jaar plotseling naar huis. Op ‘medische gronden’. ,,En goed gedrag, vertelden ze me.”

Na een paar maanden huisarrest verlaat ze Tibet op uitnodiging van de VS voor een medische behandeling.  Sindsdien wordt ze overal uitgenodigd haar verhaal te doen. Een langgekoesterde persoonlijke wens komt uit als ze afgelopen maand voor het eerst de Dalai Lama persoonlijk ontmoet. Op Sangdrols gezicht verschijnt een zeldzame glimlach. ,,Ik kon alles tegen hem zeggen. Toen moest ik zovreselijk huilen.  Zowel van verdriet als geluk.”

De Tibetaanse leider raadt haar aan te gaan studeren. ,,En dat wil ik ook graag, want ik weet nog zo weinig.  Maar uiteindelijk blijft mijn grootste wens terug te gaan naar Tibet en gewoon non te zijn. “

Tot die tijd zal Sangdrol niet ten volle kunnengenieten van haar vrijheid. ,,Ik ben echt niet speciaal. Zovelen zitten nog vast in de gevangenissen in Tibet. Zij verdienen alle aandacht.”